ABK-asten.nl

Historie

De allereerste jaren

Tja, de geschiedenis van de Asteiner Bloaskapel. Laten we voor het gemak eerst maar eens een jaar of 50 terug in de tijd gaan, dat lijkt me een mooi begin.

De allereerste schreden op het kapelpad zijn gezet in 1951 bij Doortje Bakens. Enkele enthousiaste leden van Harmonie Sint Cecilia wilden graag nog meer muziek maken en besloten een boerenkapel op te richten. De leden van het eerste uur waren: Sjef Hoefnagels (besbas), Antoon Linden en Wim van der Heijden (piston), Jan Maas en Antoon Cortenbach (klarinet), Hein van Gogh (trombone), Jan Knapen (tuba), Jan van Bussel (cornet) en Cor van Gogh (tuba). Enige tijd later zijn Stefan van den Heuvel aan het slagwerk en Piet Bakker met zijn trombone én leiderskwaliteiten de zaak komen versterken.

Regelmatig werd er per toerbeurt bij een van de leden thuis gerepeteerd, wat soms wel eens wat overlast voor de buren veroorzaakte. Maar ach, tegelijkertijd konden zij ook meegenieten van de marsen, polka's en walsen die de kapel speelde uit het gele dan wel het groene boekje van het Landsberger Tanzalbum. Van contributie was in die tijd geen sprake, de muziek werd gezamenlijk aangeschaft en betaald. Tijdens het priesterfeest van Jan Bakker in augustus 1953 vond het eerste officiële optreden plaats. De boerenkapel was een feit.

Onderstaande foto kan beschouwd worden als de eerste foto van de kapel en is dus in dat opzicht uniek. Hij is gemaakt tijdens een feest waar de kapel optrad met medewerking van een aantal zangeressen. Op de foto zie je de kapel, de zangeressen en enkele andere feestvierders.

De kapel in 1953

De namen: v.l.n.r. Jan Aarts, Riek Loomans, Mia Aarts, Tonny Aarts-Koolen, Jan Bakker (pastor), Jan van Bussel (cornet), Ton Bakker, Jan Bakker, Wim van der Heijden (piston), Henk Bakker, Cor van Goch (tuba), Mevr. Kerkhof, Antoon Kerkhof, Antoon Linden (piston), Stefan v.d. Heuvel (drums), Hein van Goch (bas), Antoon Cortenbach (klarinet), Rini Bakker, Jos Aarts, Jan Knapen (tuba), Jan Maas (clar?), Piet Bakker (trombone, leider), Adriaan Loomans.

En toen kwam de Klot

In 1961 werd carnavalsvereniging De Klot opgericht.

Toenmalig president Piet Feijen ging naar Piet Bakker met de vraag of de kapel mee wilde doen als boerenkapel. Het antwoord was een volmondig ja, en sindsdien is de kapel bijna onlosmakelijk(?) verbonden met de Klot. Zo simpel ging dat.

In de voorbije jaren zijn er wel eens wat spanningen en onenigheden geweest, maar ja, dat soort dingen komt in elke goede relatie voor.

Het feit ligt er, dat de Asteiner Bloaskapel tot op de dag van vandaag nog steeds met heel veel plezier optreedt tijdens de jaarlijkse zittingsavonden van de Klot, tijdens de aanloop naar de carnaval en natuurlijk tijdens de carnavalsdagen zelf. De kapel heeft in de loop der jaren zelfs drie prinsen geleverd, te weten Tonny I (1981), Rinus I (1996), en Jeroen I (2000).

We gaan weer verder

In de Klotloze periode van voor 1961, was de kapel reeds actief in de carnavalsperiode.

Er werd onder andere opgetreden bij de café's van Willem Bakens en Cor Cleves op de markt, en zelfs in een zaal van een jongerencentrum in Helmond waren de vrolijke tonen te horen.

Op 6 oktober 1978 vierde de kapel haar 25-jarig bestaan. Het feest vond plaats in de herberg van Thieu Eijsbouts. Een deel van de oude garde bracht een serenade, en Sjef Hoefnagels maakte van de gelegenheid gebruik om de beginjaren nog eens te bespreken.

De jaren gingen voorbij, en na bakkerskapel, boerenkapel, Hofkapel de Klot (in de volksmond Klotkapel), waren de leden van mening dat er nu toch echt eens een definitieve naamsverandering doorgevoerd moest worden. Gekozen werd in eerste instantie voor de Asteiner Muzikanten, maar dit klonk toch iets te Duits, en daarom werd de uiteindelijke versie Asteiner Bloaskapel.

Er werd een nieuw logo ontworpen door Frans Maas en er werden fluwelen vaantjes aangeschaft (kosten: meer dan NLG 100,00 per stuk!).

Voorzien van dit nieuwe imago presenteerde de kapel zich natuurlijk tijdens carnavalsactiviteiten, maar ook door het jaar heen werd er opgetreden op braderieën, kapellenfestivals en het traditionele Laatschoppen.

In 1999 reisde de kapel, inclusief een vaste schare fans, af naar het Spaanse Calella. Een hoogtepunt voor velen. Het was er zó gezellig en er werden zulke prachtige optredens gegeven, dat de muzikanten besloten om in 2001 de reis nog een keer te aanvaarden. Tussendoor stond er ook nog een optreedweekend gepland in het Duitse Altenahr.

Wat en Waar en door Wie?

Het repertoire dat werd gebracht bestond misschien alleen in het allereerste begin voornamelijk uit polka's en Egerländer muziek (later aangevuld met Tsjechische Moravanka), maar al gauw kwamen ook andere muziekstijlen op de lessenaar. Voorbeelden hiervan zijn onder andere de Glenn Miller medley, Riverside Dixie en de Tiger Rag. De muzikanten hebben zich zelfs een keer aan een stuk van Verdi gewaagd, maar of dat nou zo'n slimme keuze was...

Anno 2003 brengt de Asteiner Bloaskapel een zeer gevarieerd programma met voor ieder wat wils. Ongeveer elk optreden bevat de spetterende nummers Non Non Rien N'a Changé en Sweet Caroline, maar ook voor klassiekers als Eviva Espana en Graf Waldersee draaien de muzikanten hun hand (instrument?) niet om. Voor speciale gelegenheden, zoals de carnavalsmis, zijn ze zelfs niet te beroerd om eens een leuke Sanctus uit de kast te trekken.

Met andere woorden: op muzikaal gebied is de Asteiner Bloaskapel van alle markten thuis.

Ook de repetitielocaties varieerden nogal eens. De vaste plek op zondagochtend is sinds een paar jaar gemeenschapshuis de Klepel (waar, bij afwezigheid van de kastelein de bar door de leden zelf wordt bemand en bevrouwd...), maar ook de St. Radboud Mavo, het gebouw van de Amco, bij Piet van der Heijden thuis op 't Rinkveld en de vele andere woningen van muzikanten zijn toneel geweest van het repetitiegebeuren.

En wat te denken van alle dirigenten die de afgelopen 50 jaar de revue zijn gepasseerd. Van Sjef Hoefnagels en Piet Bakker via Jan Maas, Tonnie Cortenbbach, Marion Gähler, Frans Jacobs, Henk Bakker, Gerard Janssen, Harrie Muijsenberg, Don Henken naar Jeroen van Dijk. Deze laatste probeert sinds carnaval 1998 de kapel in toom te houden met zijn charismatische voorkomen en zijn betoverende arrangementen.

En nu vieren we dat de Asteiner Bloaskapel al 50 jaar bestaat.

Een halve eeuw vol hoogtepunten en enkele dieptepunten.

Het voortbestaan heeft af en toen wel eens op de tocht gestaan bij gebrek aan nieuwe aanwas (met als dieptepunt de jaren 1992-1995), maar anno 2003 telt de kapel niet minder dan 20 enthousiaste leden.

In 2001 is er een echte Asteiner Bloas-cd op de markt gebracht (deze is overigens nog verkrijgbaar!), en dankzij de onbegrensde inzet van webmaster Emiel Beekwilder, is de kapel sinds enkele jaren zelfs te vinden op het internet.

En zo is het prachtige clubje mannen dat begin jaren 50 begon uitgegroeid tot een prachtige kapel, inzetbaar bij feesten en partijen, carnavalsevenementen en bedrijfsfeestjes, maar ook internationaal bekend tot aan Spanje toe.

En wat zal de toekomst brengen?

Geen idee. Misschien nog een cd, dvd, een tournee door heel Europa? Terug naar de Egerländer Musik en de hesjes?

We zullen wel zien. We spelen het in ieder geval nog inne, en dan scheije we d'r ram mi uit. Of Nie.

Asteiner Bloasboek

Graag hadden we in dit stukje geschiedenis helemaal volledig willen zijn, maar dat bleek al gauw onmogelijk. Aangezien de Asteiner Bloaskapel nooit een officiële vereniging is geweest, zijn er ook nooit statuten en archieven aangelegd. Alle informatie is afkomstig van leden en oud-leden. En eigenlijk is dat ook maar het beste, want in officiële documenten zou namelijk nooit melding zijn gemaakt van legendarische kapelpersonen zoals Marinus "Poeleke" van Oosterhout, het trio Piet van der Heijden, Willy Bakker en Willy Peeters, en het duo Joep Aarts en Govert Winterink, die slechts kort lid zijn geweest maar toch een onuitwisbare indruk achter wisten te laten. Verder zou in de ledenadministratie wel te vinden kunnen zijn wie wanneer lid was en wie wanneer ermee ophield, maar leven de achterliggende redenen slechts in herinneringen voort.

En wat te denken van de vele gesprekken die bijvoorbeeld Harry Muijsenberg en Frans Maas hebben gevoerd met ouders van aankomende kapelleden? Als het schoolwerk er niet onder zou lijden, mocht je als jong menneke toetreden tot de kapel. Er zou goed op je gelet worden, je zou thuisgebracht worden en ook op de alcoholconsumptie zou strenge controle worden uitgeoefend. Maar of dat allemaal ook echt zo gebeurd is? Dat weten alleen de betreffende personen.

Misschien verschijnt er ooit, bij het 100-jarig bestaan bijvoorbeeld, wel een echt Asteiner Bloasboek met alle feiten en herinneringen op een rijtje. Of nie.